Maatschappelijke gevolgen van online daten?

De afgelopen week dook online daten regelmatig op in de media. Eerst becijferde het CBS dat in 2008 bij 8% van alle relaties het contact online tot stand is gekomen. Voor 2000 was dat nog 0%. Du-uh! In 2000 was internet nog niet zo doorgedrongen in de samenleving als in 2008. Wie er online was belde waarschijnlijk in met een modem en snel ging het allemaal niet. Het aanbod aan datingsites is ook enorm toegenomen. Relatieplanet, inmiddels de grootste datingsite, begon pas in 2002.

Vorig jaar las ik in een artikel in HP/De Tijd dat een ander onderzoek becijferde dat slechts 7% van alle mensen op een datingsite succes heeft met online daten. Van 7% succes bij alle online daters, naar 8% van de samenleving vind ik nogal een groot verschil. Dan denk ik: leuk die onderzoekjes en cijfers, maar ik neem het met een flinke zak zout. Wat in ieder geval is vast te stellen, is dat er anno 2011 ongetwijfeld meer relaties via internet tot stand komen, en meer mensen het proberen, dan voor 2000. Maar is dat nieuws?

Vervolgens reageerde het ING Economisch Bureau op dat cijfer van 8%. Mijn eerste reactie: waarom bemoeit een bank zich met cijfers over online daten. Daar moet toch een persbericht voor opgesteld worden, een afdeling Communicatie moet er mee aan de slag, etc. Noem me wantrouwend, maar wat voor afleidingsmanoeuvre is dat artikel? Staat mijn geld er wel veilig? De boodschap van het ING Economisch Bureau: door online daten is er meer sprake van een ‘soort-zoekt-soort’ zoekgedrag. Hoger opgeleiden zoeken elkaar blijkbaar meer op. Klopt. Er is voor elke doelgroep wel een apart datingplatform. Denk aan etnische datingsites, religieuze datingsites, sites voor hoger opgeleiden, voor enkel mooie mensen, etc. Hierdoor signaleert de ING blijkbaar dat hoge inkomens, of gelijksoortige inkomens, elkaar opzoeken en er minder verschillende inkomensklassen met elkaar daten. Cijfers ontbreken weliswaar, wat toch tamelijk slordig te noemen is van een economisch bureau van een grote bank, maar los daarvan snap ik het probleem niet zo. Los van de looks, die bij online daten toch een zeer grote invloed hebben, zijn de meeste mensen die een lange relatie zoeken op zoek naar iemand waar je goed mee kunt communiceren. Hoe groot is de kans van slagen van een relatie tussen een laaggeschoolde huisvrouw en een HBO+ onderwezen man tegenwoordig? De kans dat die elkaar niet gaan begrijpen is behoorlijk groot, of beiden moeten over een enorm empathisch vermogen beschikken. Denk je alleen even in hoe een “Hoe was je dag schat” gesprekje verloopt. Hij zit tot over zijn oren in projecten, deadlines, vergaderingen en meer, terwijl zij in een compleet andere wereld leeft en andere zaken aan haar hoofd heeft. Ik denk dat de meesten die het ooit geprobeerd hebben niet veel later besloten hebben: dit gaat niet werken.

Om diezelfde reden is ongetwijfeld ook te signaleren dat buiten datingsites om mensen sneller geneigd zijn om te ‘vallen’ op een partner met enigszins gelijkgestemd IQ en EQ. Denk aan collega’s bij hetzelfde bedrijf. De kans dat een ICT’er een oogje heeft op een secretaresse lijkt me groter dan dat een ICT’er voor de kantinejuffrouw valt. Overigens kan die kantinejuffrouw wel een stuk gezelliger zijn dan die secretaresse, maar dit terzijde. Volgens mij zoeken mensen al eeuwen een partner waarmee ze enigszins communicatief compatible zijn. Ik betwijfel dan ook of iemands salarisschaal een criterium is om wel of niet te gaan daten, al ben ik me bewust van de nodige golddiggers en mannen die afhaken als een vrouw meer blijkt te verdienen dan hij. Als die twee groepen nou eens met elkaar gaan daten 😉

Uiteindelijk draait het volgens mij toch om de klik. Of ben ik nu heel naïef?  Wat voor mij in ieder geval heel helder is: als je denkt gelukkig te worden vanwege wat de ander verdient, dan ben je zeer waarschijnlijk geen match voor mij 🙂

This entry was posted in RPBlog - Nog meer weten over online daten and tagged , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Comments are closed.